Dijkgraaf de maat genomen

Wie de bal kaatst, kan hem terug verwachten. En niet zo zuinig ook, als je maar vaak en lang genoeg hard hebt geslagen. Dat weet Jan Dijkgraaf, sinds kort boegbeeld van de politieke partij Geen Peil (c.q. Geen Stijl) na vandaag ook, nadat hem op twee plaatsen in de Volkskrant nogal hardhandig de maat is genomen door een tweetal columnisten, van wie ik hier een fragment citeer. Allereerst is daar Frank Heinen, tv-recensent, die Dijkgraaf een meningenventer noemt, omdat hij sinds afgelopen maandag alleen maar in de meningen van anderen doet. “Zijn blanco Geen Peil-programma wordt geheel opgetrokken uit de mening van het volk. Bij Humberto Tan kondigde de lijsttrekker weliswaar lekker zijn mening te blijven geven, maar ook dat hij zou stemmen wat de GeenPeilers hem opdragen. Tafelgenoot Remko Veldhuis leunde vervolgens iets voorover en zei, op de toon van iemand die juist heeft gehoord dat zijn broer met z’n moeder gaat trouwen omdat er sprake is van wederzijdse genegenheid: Je meent het echt, hè.”
                                                                                     Columnist  Nico Dijkshoorn gaat er helemaal met gestrekt been in en vermaalt en verpulvert Dijkgraaf volkomen met het volgende beeld: “Die microfoon langs Dijkgraaf zijn bolle wangetje, dat zou ik anders hebben gedaan. Een microfoon langs je wang, die gebruik je als je tijdens het congres Ondernemen Zonder Problemen aan een volle zaal uitlegt dat je overal bent weggetrapt, dat je vuilniszakken van BN’ers hebt leeggehaald en dat je nu het liefst aan het werk wilt in een tuincentrum. Een microfoon in de hand zou Jan een steviger uiterlijk hebben gegeven. Met de headset op ontstond een bekend probleem: Hij wist niet wat hij met zijn handen moest doen. Nu leek het -onbedoeld waarschijnlijk – alsof Jan zevende werd bij het WK Mime. Dat leidde erg af.”
Geplaatst in Media | Tags: , , , , , | 1 reactie

Een balletje opgegooid

Heimwee. Weemoed. Melancholie. Een mix van die sentimenten nam bezit van mij toen enkele dagen geleden op het fraaie plateau van Margraten uit het niets van  haar golvende en lege vlakte zo maar een kolossale linde, een heel oude dus, voor mij oprees. Hoewel omringd door een veldkruis, een zitbank en een vuilnisbak, kon allenigheid niet beter tot uitdrukking komen. En unieker kon een ‘landmark’ niet zijn. Hoogstens te vergelijken met een equivalent ervan bij mij in de buurt, in de vorm van een eeuwenoude holle eik, die zich  ergens halverwege Schimmert en Houthem bevindt, langs de weg door het veld die de twee dorpen vroeger met elkaar verbond. Ook op dat plateau blijft dat vergleden verleden dus dankzij die ouwe linde voor altijd tastbaar, omdat ze herinnert aan de negentiende eeuw, in welke tijd ze de grenzen tussen de gehuchten ’t Rooth, Klein Welsden en Wolfshuis markeerde en daarmee het begin en einde van dorpsculturen en locale tradities aangaf. Met kenbare verschillen per strekkende drie, vier kilometer, die uiteindelijk nog alleen deze sporen in de moderniteit hebben achtergelaten. Want wie herinnert zich nog het oplaaiend gemoed als een jongen uit een naburig dorp kwam vrijen? Wie en wat liep er dan niet te hoop?
En was het niet net zo aan de hand met het voetbal tussen buurten, zoals dat nog in de vijftiger jaren mijn geboortestad Culemborg beheerste en de gemoederen dan flink deed oplaaien? O tijden, o zeden! Kom daar nu nog eens om. Of is dat ontbreken ervan nu precies de crux van het verzet tegen globalisering, de EU, verklaart dat die hang naar vroeger, die nostalgie als wapen tegen het gevoel alles kwijt en ontheemd te raken? Dat verlangen naar toen geluk nog heel gewoon was. Waar het klatergoud van de overdonderende welvaart voor in de plaats is gekomen zonder echt waarde aan het leven toegevoegd te hebben. Hoogstens leegte. Met onbehagen tot gevolg en de vragende conclusie of dit nu alles is waar het om draait. Onvrede oftewel troebel water waar nog met moeite bruggen over worden geslagen, zodat men wel op zoek gaat en dan vanzelf uitkomt bij de verleidelijke lokroep die herstel en terugdraaien belooft alsook de herleving van vroegere tijden. Zoiets moet het zijn, die belofte. Niks onderbuik. Dat wordt er wel van gemaakt als de verkeerden met dat onbehagen aan de haal gaan. Wat nu overduidelijk gebeurt. Waarvoor ik als waarschuwing dit balletje heb willen opgooien.
Geplaatst in Persoonlijk | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Sperwer (haiku)

Roerloos zit hij daar,
spiedend vanuit de hoogte,
de trotse sperwer.

Geplaatst in Gedichten | Een reactie plaatsen

Afscheid van het cabaret

Hoe het ook gewend wordt en gekeerd en welke kant het daarbij op gaat, maakt helemaal niets meer uit. Herhaling, zeker als die zichzelf nog eens herhaalt, wreekt zich altijd. Bij mij althans wel. Er komt onvermijdelijk dat moment dat het mooi is geweest, genoeg echt genoeg is, omdat je er op uitgekeken raakt, je het allemaal wel weet. Waarmee het cynisme helemaal niet geboren hoeft te zijn. Want de geest, het gemoed, het verstand heeft op zijn tijd ook verversing en verkwikking nodig om bij de tijd en soepel te blijven. En dat zal heus niet alleen voor mij gelden, denk ik, hoewel ik wel moet erkennen dat ik de laatste tijd meer met die ervaring geconfronteerd wordt. Zo is voetbal daardoor nagenoeg een gepasseerd station voor mij geworden, hoewel ik het allemaal best nog bij houd en mijn voorkeuren onveranderd zijn. Maar de jus is er heel duidelijk vanaf. Precies vergaat het mij met de politiek, waarin ik de trucs en handigheidjes langzamerhand ook wel ken en herken. En last but not least is er dat verhaal van het vaderlands cabaret dat voor mij in de loop van de laatste jaren een baard van jewelste heeft gekregen. De kunstjes van de heren en dames cabaretiers zijn zo onder de hand zo vaak vertoond dat ze, als het aan mij ligt, doorgestreept en weggelaten mogen worden en dus eveneens uit de televisie-programmering kunnen verdwijnen.
Hun hoofden zijn immers veel te vaak te zien, terwijl ze niets nieuws onder de zon hebben te brengen. Ze blinken uit in het herhalen van zetten, originaliteit is hen vreemd, te meer omdat wat zij te zeggen hebben met een pijnlijke hardnekkigheid en onverminderd in eenzelfde vorm wordt gegoten. En als het dan niet verandert, dan moet je wel verdomd geestig en komisch en charismatisch zijn, wil je na verloop van de tijd nog aan de bal blijven. Wat in feite dus niemand meer lukt. Wat alleen maar pijnlijk duidelijker wordt naarmate hen meer en meer zendtijd gegund wordt. Want dan zie je de beperkingen des te meer en nog eens helderder als de toonhoogte alsmaar hoger wordt, de gebektheid stukken grover en het choqueren elke grens overstijgt. Zonder dat er een greintje meer gelachen wordt om die cabaretiers, die zich aldus slechts manifesteren als de roependen, zeg maar blèrenden, in de woestijn, die niks en niemand meer iets brengen en voor mij waarachtig de dood in de pot zijn geworden, waar ik niets meer aan vind en mijn tijd niet meer aan verdoe. Met erkenning van de verdienste van dat huidig cabaret dat het mij ondanks zichzelf de weg naar betere genietingen heeft gewezen.
Geplaatst in Kunst en cultuur | 2 reacties

Interview met Marlies Heuer

Aan de reeks van interviews in kranten, magazines, op radio en tv komt dus nooit meer een eind. BN’ers, legendes, passanten voldoende om mee aan de praat te blijven. Met door de rijstebrijberg die zodoende ontstaat, de dwingende vraag of het allemaal niet danig gaat vervelen als uiteindelijk toch steeds weer hetzelfde blijkt te worden verteld. Waardoor het echt zoeken wordt, als naar een speld in een hooiberg, om nog een juweeltje uit dat koor van meningen en uitspraken te destilleren. Ik ben blij dat het mij vandaag weer eens is gelukt om een interview onder ogen te krijgen dat niet verzandt in obligaat gebabbel, maar waarin zaken aan de orde worden gesteld, noem het maar levensvragen, die werkelijk beklijven. Dat gebeurt in een gesprek dat toneelrecensent Hein Janssen had met de zwaar zieke actrice Marlies Heuer en dat te lezen is in de Volkskrant van vandaag, in haar gedrukte versie, maar dat ook met een beetje inspanning te vinden is op de website van die krant. Het loont, zo verzeker ik, beslist de moeite.
Geplaatst in Tips | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een ronde over het Plateau

Het was op deze maandag te stralend weer om maar thuis achter de gordijnen te blijven zitten. En wat voor een voorrecht het dan is om in Zuid – Limburg te wonen werd tegelijk duidelijk. Want nadenken over hoe en waar er gewandeld kan worden, is totaal niet aan de orde met een dicht netwerk aan wandelroutes door een steeds schitterende omgeving. Met telkens weer verrassingen, wat op deze fraaie middag maar al te duidelijk werd. Omdat het gebied tamelijk onbekend was, viel de keuze op een traject van ongeveer tien kilometer dat zou voeren over het gehele plateau van Margraten, grotendeels langs wegen die niet toegankelijk zijn voor auto’s, waardoor de omgeving min of meer ongerept en nauwelijks bekend is. Start – en eindpunt bevond zich in het rustieke Bemelen, dorp dat welgedaan en nagenietend van haar eigen verleden, aangevleid ligt tegen de Bemelerberg, scherprechter uit de Amstel Gold Race. De stilte die hier al bij ons vertrek heerste, heeft ons gedurende de hele wandeling begeleid en werd  slechts verbroken door het gebalk van een ezel, een claxon van een auto, maar van heel ver, het gekwetter van de groepjes staartmeesjes die zich in het struweel amuseerden. Verder klonk er niets waardoor de stilte een gewijd gehalte kreeg en alles, flora en fauna, maar ook de camping, de boerenhoeves en de groeve, een schoonheidsprijs verdiende.
Want waar moet je in hemelsnaam in zo’n paradijs de voorkeur aan geven als de zon en de diepblauwe lucht overal hun werk doen en onverbiddelijk mooi zijn? Aan de rijk aanwezige vogellijm, aan de mergelgroeve ’t Rooth, die van lelijkheid bijna als vanzelfsprekend ook oogstrelend blijkt, of aan de sperwer die in de top van de boom, roerloos zijn jachtterrein verkent? Of aan de dassenburchten, de mergelgrotten, de vergezichten op Berg en Terblijt, de Mariagrot aan de Bosweg in Bemelen of de kalkbranderij de Valk? Door dit gebied en langs die markante punten voerde dus onze wandelroute, vanuit Bemelen langs de Bosweg tot aan de poort van de groeve ’t Rooth, waar linksaf wordt geslagen om vervolgens rondom die al eerder genoemde groeve te lopen, in de richting van het gehucht waaraan die mergelgroeve haar naam heeft ontleend, ’t Rooth. Over een lengte van een kilometer wordt die buurtschap doorkruist, om dan bij een eenzame, oude linde in het veld linksaf te slaan en dan de weg te volgen tot Wolfshuis, zoals de verzameling van vijf, zes huizen wordt genoemd. Na een kort stukje verharde weg wordt de weg naar rechts genomen. Deze loopt in een halve maan om Wolfshuis en Gasthuis heen om na zo’n anderhalve kilometer daar uit te komen, waar de wandelaar een afdaling treft, die de weg wijst naar het punt waar twee uur geleden vertrokken werd, in Bemelen en waar het nog altijd stil is, zoals het dat de hele weg is gebleven. Maar natuurlijk ook omdat het maandag was.
Geplaatst in Limburg | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

I say a little prayer

Ze is inmiddels 74 jaar, Aretha Franklin, die een levende legende is geworden en de status van onsterfelijkheid al heeft weten te bereiken, met dat ene geweldige nummer uit 1968. Natuurlijk gaat het dan over “I say a little prayer“, een prachtig liefdesliedje waarvan het intro alleen al, met die fameuze pianoklanken, mij nog altijd, na het zo vaak in de afgelopen 48 jaar te hebben gehoord, kippenvel en de koude rillingen bezorgt. Logisch dat ik het daarom ook hier nog eens laat klinken. Want voor sommige muziek geldt nu eenmaal dat genoeg nooit genoeg is.
Geplaatst in Muziek | Tags: , | 2 reacties