De kersentijden van mijn leven

Beter één kers in de hand dan tien aan een boom. Die variant op een bestaand spreekwoord is vandaag weer actueel geworden, nu de kersen geoogst worden. De sprankelendste vrucht aller vruchten is weer te koop, zodat het de komende zes weken genieten geblazen is van de hele goeie versies die natuurlijk niet bij de supermarkt gehaald moeten worden. Gewoon aan de weg kopen is het devies. Want daar krijg je de echte waar naar zijn geld. Zoals op de toplocatie in Klimmen, hier om de hoek, bij Schaepkens, waar het een echt komen en gaan is van lekkerbekken in deze nieuwste kersentijd. En met het aanbreken ervan komen de verhalen van weleer onherroepelijk bovendrijven, met een recent en een verder verleden welke in mijn herinnering om voorrang strijden. Vers in mijn geheugen ligt de kersentijd die ik zo’n tien, vijftien jaar geleden beleefde in de Franse Vaucluse, in de Provence, waar de kersen uiteraard eerder rijp aan de boom hingen. Begin juni meestal lachten de oranje-rode morellen mij al toe op het vakantiecomplex daar. Omdat de eigenaar op leeftijd was, had hij een probate oplossing voor zijn plukprobleem gevonden. Het plukken van alle kersen in het fors aantal bomen was voor hem een te grote belasting waardoor hij aan zijn gasten de vrijheid gaf om toch vooral van zijn overheerlijke fruit te genieten. Wat dan ook in ruime mate werd gedaan, niet in de laatste plaats omdat die morellen een niet te evenaren smaak hadden. Het betekende in elk geval dat er gedurende de twee weken dat ik er verbleef, dagelijks zo’n kilo van die kersen op tafel stond en daardoor ook een gereed argument vormde om op die plek in de Vaucluse telkens terug te keren.

Het had namelijk ook iets van thuis komen voor mij. In mijn jeugd is de kers mij namelijk net niet met de paplepel ingegoten, maar ze was nagenoeg dagelijkse kost in de Betuwe, mijn geboortegrond, waar de kersentijd altijd iets glorieus had als in alle kersenboomgaarden de nationale driekleur in de hoge stammen hingen en het hele perceel omzoomd was met lijnen waaraan blikken hingen die gevuld waren met fijne kiezelstenen. Die waren bedoeld om lawaai te produceren om de golven van hongerige spreeuwen te verjagen, te keren zoals dat in het jargon van fruittelers heette. Het was een bijna feestelijke periode van het jaar waar je als jongen van acht, negen jaar naar uitkeek en ook je deel van wilde hebben. Wat voor mij betekende dat ik dan op de woensdag – en zaterdagmiddagen, als ik vrij van school was, naar de boomgaard van Verkerk ging, die in Culemborg achter de Plantage en het sportpark ‘Sprokkelenburg’ lag. Daar ging ik dan heen om te helpen bij het spreeuwen keren, waarbij het summum wel was als je de ratel mocht hanteren, het effectiefst instrument in de strijd tegen de plaag die die vogels vormden. Echt spannend en pret genoeg elke keer weer, met als ultieme beloning aan het eind van de middag de zak kersen, die ik natuurlijk half leeg gegeten een kilometer verder thuis bezorgde. Dierbare herinneringen dus aan de kersentijden van mijn leven, waarin en waardoor ik nooit kwaad kersen heb hoeven te eten.

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Herinneringen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De kersentijden van mijn leven

  1. Sjoerd zegt:

    Daarom staat er hier in de tuin een kersenboom. Dat is eerst genieten van de voorjaarspracht daarna van de kersen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s