De Nederlandse ‘verdraagzaamheid’

Als de overlevering en de vele vertolkers ervan geloofd mogen worden, dan heeft Nederland door de eeuwen heen een traditie van vooral verdraagzaamheid opgebouwd, een traditie die in het heden nog altijd van kracht zou zijn. Daar gaat het wat mij betreft toch wringen en schuren, te meer omdat ik mij alleen maar kan baseren op wat ik met mijn eigen ogen zie en met mijn eigen oren hoor. Dus beperkt mijn zicht zich tot de tijd na 1950 en moet ik dan wat zich aan tolerantie vóór die tijd in ons land heeft laten zien, maar voor waar aannemen, hoewel ik daar toch ook zo mijn twijfels over heb. Lees Multatuli er maar eens op na of denk aan hoe wij ons in de dertiger jaren en tijdens de Tweede Wereldoorlog tegenover vluchtelingen uit Duitsland en onze Joodse landgenoten hebben gedragen. Maar dat verder terzijde omdat het nu dus gaat om de kracht van de claim dat verdraagzaamheid in het DNA van Nederland zou zitten, waartoe de afgelopen zeventig jaar de aanknopingspunten zouden moeten bieden. Maar is dat wel zo? Zijn wij wel dat toonbeeld van tolerantie geweest dat wij zo graag beweerden te zijn? Hebben wij minderheden, van welke aard deze ook waren, consequent omarmd, meegenomen en tot onze eigen, kleine wereld, tot de binnenkant van ons gelijk, toegelaten?

Wat dan die actieve en uitgesproken verdraagzaamheid genoemd kan worden, die dan ook niet vrijblijvend is, maar voortvloeit uit een levenshouding waarin betrokkenheid op medemensen een basiselement is. Of heeft die verdraagzaamheid veel meer de vorm gekregen van een wegkijken, van een zich niet bemoeien met die andersdenkende of die vreemdeling? Waarbij het motto van “aan mijn lijf geen polonaise” richting gevend is en men maar doet wat men wil als het maar geen last of hinder oplevert. Dat schouderophalen, dat alles best vinden als het maar van de eigen voordeur wegblijft, kan ook zo maar tolerantie genoemd worden, omdat iedereen gewoon zijn gang kan gaan. Maar om daar de naam van verdraagzaamheid aan te geven, is toch op zijn minst misplaatst. Het lijkt meer op een uitvloeisel van het individualisme waar de wereld nu zo rijk aan is en die niemand dus meer verplicht om het vizier op anderen gericht te houden. Als men daar al toe in staat is, te druk als men het heeft met zichzelf. Waardoor er, zo denk ik, met recht getwijfeld kan worden aan de houdbaarheid van die claim van vaderlandse verdraagzaamheid. Sterker nog, is die borstklopperij nog wel op zijn plaats, nu wij ons in dit opzicht echt niet meer van andere Europeanen onderscheiden?

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving. Bookmark de permalink .

2 reacties op De Nederlandse ‘verdraagzaamheid’

  1. Sjoerd zegt:

    Ik kan niet zeggen dat ik onverdraagzaam ben t.o.v. van anders gelovigen of andere rassen. In tegendeel en dat mag je aan mijn buitenlandse of van origine uit het buitenland afkomstige collega’s vragen…

  2. sjogkel zegt:

    rond de kerst willen we graag het beste in ons geloven ook als we niet tot de uitverkorenen behoren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s