‘Jetayu’ van Hans Warren

Ook hem is hetzelfde lot beschoren als zovele Nederlandse schrijvers en dichters na hun dood, de vergetelheid. Hoe onterecht ook, het overkwam dus de Zeeuwse dichter en schrijver Hans Warren (1921 – 2001) evenzo, terwijl hij juist bij zijn leven met zijn “Geheime dagboeken” zoveel lof had geoogst en zijn dichterschap alom werd geprezen. En eveneens terecht, zoals uit dit “Jetayu” valt af te lezen.


Als dorpsjongen, niets gewend,
stond ik een keer op de zolder
van het Goes Museum oog in oog
met Jetayu, de mythische reuzengier.
Hij sloeg een vuurwaaier
van staart en vlerken open,
een werveling van kracht en kleur,
en schreeuwde het gotische gewelf
vol oosterse triomf.

Ooit had ik een oom op Java
die uit de sprookjeswereld daar
batikdoeken zond,
theelepels met wayangmotieven,
‘kermisrommel’ die mijn moeder
naar de garage verbande. Ooit leerde ik
de vulkanen van Java op rij, kende
de ‘tankuban prahu’, zong
Indische liedjes met heftig uitwee
naar de tropen die ik nooit bezocht.

Jaren verstreken. Jetayu,
teruggevonden op dezelfde zolder,
kreeg door een ruil zijn plaats
in mijn tempelcel van rood en goud.
Hij in het Noorden en Garuda in het Zuiden
klapwiekend boven het zwevend neuzelen
van een antieke gamelan.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Gedichten en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s