Weemoed en een glimlach

Met de nodige weemoed en een enkele glimlach plus af en toe een gekromde teen denk ik nog wel eens terug aan mijn ouderlijk huis. Het was een nieuw huis dat aanvankelijk het nodige opzien baarde, omdat het bijvoorbeeld geen klassiek puntdak had, maar een dak dat schuin afliep en waarvan het inwendig de nodige snufjes bevatte die voor die tijd, of misschien wel voor mij alleen, best opvallend waren. Zoals bijvoorbeeld het doorgeefluik tussen keuken en kamer, kamers die allen van een centrale verwarming voorzien waren en ook die onderdoorgang naar de buren en naar de gezamenlijke stookketel. Als je net zeven jaar oud bent – het was 1950 – kijk je je ogen uit en is zo’n nieuw huis een waar avontuur dat je de eerste tijd steeds nieuwe ontdekkingen biedt. Maar na verloop van tijd treedt de gewenning op en is dat huis een gewoon huis geworden en komt het interieur ervan steeds meer tot leven en dichterbij om uiteindelijk die meest onuitwisbare indrukken te maken. En natuurlijk gaat het dan niet over het meubilair en wat er op de vloer ligt of het moet dat parket geweest zijn dat eens in het jaar een bron van vermaak was als het weer bol ging staan doordat het in huis te vochtig werd. Grote pret was het vervolgens als er dan op zo’n bol staande strook gesprongen werd waarna de aangrenzende strook de bolling overnam. Zoiets als een waterbed-effect avant la lettre.


Daar vermaakte je mee, meer dan met dat andere statussymbool dat veel plaats en aandacht opeiste zonder dat het bij mij verder voor opwinding zorgde. Het levensgroot aquarium dat gevuld was met planten, massa’s water en maanvissen, goudvissen en nog meer van dat zwemmend grut. De dood in de pot. Het summum van saaiheid waar ik sporadisch wat belangstelling aan kwijt kon. Dat was op de momenten dat de maanvissen eens echt in beweging kwamen. Maar voor de rest is de aanwezigheid van die bak water voor mij tot op de dag van vandaag een onopgelost raadsel gebleven, omdat ik nooit heb begrepen welke lol mijn vader precies daaraan beleefde. Misschien dat het hem rust bezorgde. In tegenstelling tot dat fenomeen van de draaibare tv-antenne waardoor hij met een enkele handbeweging dat apparaat dat op het dak stond, zo kon richten dat de Duitse tv ontvangen werd. Over verworvenheid gesproken. Ik denk nog aan dat bijna triomfantelijke en tegelijk opgetogen gevoel waar hij en ook ik elke zaterdag mee volliepen als wij weer naar de Sportschau met Ernst Huberty mochten kijken. Kwam daar in die tijd midden in het land eens om. Mochten wij misschien een beetje trots zijn en ons bevoorrecht voelen? Waren dat nog eens tijden en wat een herinneringen daaraan. Leve de weemoed, die glimlach en ook die gekromde teen die mijn verleden zo levend voor mij hebben gehouden.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Herinneringen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Weemoed en een glimlach

  1. Anoniem zegt:

    Mooi verhaal….

  2. Christel zegt:

    Prachtig ! Ik zie het zo weer voor me. Volgens mij was er ook een bandrecorder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s