De julidagen van 1995

Omdat het morgen op de kop af vijfentwintig jaar geleden is dat zich voor de Moslimbevolking van Srebrenica een catastrofe voltrok, waarbij Nederland door de lijdzame aanwezigheid van Dutchbat een modderfiguur voor de wereldopinie sloeg, ligt het voor de hand om bij mijzelf de vraag te stellen waar ik toen was en wat ik van die vreselijke gebeurtenis toen heb meegekregen. Het eerste beeld dat bij mij opdoemt, is er een van vakantie, van een verblijf in Frankrijk. Om preciezer te zijn in de buurt van Privas, niet ver van de Rhone. De omgeving was dor, het was moordend heet in dat afgelegen oord waar de stilte alleen werd verstoord door koren van Vlaamse gaaien die als geen andere vogel weten wat krijsen is. En ook nog eens aan een stuk door. In die kokend hete leegte verbleven we een week in een woning die aan het begin stond van een proces om geheel opgeknapt te worden. Wat betekent dat het toch wel behelpen was en luxe al helemaal nergens vermeld of te bekennen was. En eigenlijk was er verder ook niets te beleven in die bijna-afzondering. Want smartphone en internet waren fenomenen die hun weg naar het grote publiek nog moesten vinden. Van televisie via schotels was al evenmin sprake. Met als gevolg dat ons enige lijntje met de buitenwereld verliep via de aloude transistorradio, afgezien uiteraard van de momenten dat we erop uit trokken en dan in aanraking kwamen met de grote, boze wereld zonder dat wij daar het besef hadden wat zich daar aan het afspelen was. Dat hoorden wij via de transistor, waarop af en toe en dan nog aarzelend Hilversum te horen was. Echter, dat hoefden wij binnenshuis niet te proberen omdat de muren veel te dik waren om via zo’n staafantenne nog bereik te hebben.

Dus installeerden wij ons voor het radionieuws uit Nederland op de trap voor het huis, in de brandende zon, met de antenne natuurlijk precies goed gericht. Want zo ging dat nog in 1995 als je ver van huis verkoos te zijn. Behelpen zoals gezegd en een beetje troosteloos, waarbij het nieuws dat via Hilversum uit Srebrenica tot ons kwam ook niet hielp om de moed erin te houden. Hoewel de omvang van de catastrofe op het moment zelf aan ons nog totaal niet duidelijk werd, ondanks dat wij met al onze beperkingen toch probeerden de berichten op de voet te volgen, inclusief de reportages en commentaren die meestal op het nieuws volgden. En eigenlijk, zoveel herinner ik mij, is die hele week in het teken van Srebrenica blijven staan, gekluisterd als wij bleven aan onze transistorradio. Zonder verder besef dus van de ramp die zich in die Bosnische enclave had voltrokken. Waardoor de stekker er bij ons na zeven dagen wel zo gemakkelijk uit ging en wij verder door Frankrijk westwaarts trokken om nog een weekje vakantie te vieren zonder de faciliteiten en de nieuwsvoorziening die wij in onze eerste vakantieweek mochten hebben. Omdat wat niet weet, ook niet deert, hadden wij nog een verrukkelijke week in de Dordogne om vervolgens bij thuiskomst tegen een immense kater op te lopen, toen wij via de bekende stapel kranten geconfronteerd werden met de ware aard van de catastrofe die zich in Srebrenica voltrokken had, met aan de basis daarvan het pleefiguur dat Nederland er met zijn Dutchbat had geslagen. Dat hakte er heel fors in en wel zodanig dat ik die julidagen van 1995 daarna nooit meer ben vergeten.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Herinneringen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op De julidagen van 1995

  1. Dhyan zegt:

    Dat komt ervan als je je met de wereld bemoeit.

  2. Margo zegt:

    Ik kende de reputatie van de Serviërs wel een beetje en mijn gedachten toen waren dat de Nederlanders geen benul hadden waar ze heen gingen en met wie ze te maken hadden. Ze waren volkomen onvoorbereid, en gingen er met zekere arrogantie naar toe; dat regelen we daar wel even. De beelden van de onnozele Nederlanders die een slokje namen met de criminele Serviërs waren tenenkrommend. En zelf had ik heel andere dingen aanlijn hoofd in 1995.

  3. Margo zegt:

    Ik kende de reputatie van de Serviërs wel een beetje en mijn gedachten toen waren dat de Nederlanders geen benul hadden waar ze heen gingen en met wie ze te maken hadden. Ze waren volkomen onvoorbereid, en gingen er met zekere arrogantie naar toe; dat regelen we daar wel even. De beelden van de onnozele Nederlanders die een slokje namen met de criminele Serviërs waren tenenkrommend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s