De macht van de luizenouders

De lolligheid van de zoveel geprezen comedy-serie ‘De luizenmoeder’ heeft mij nooit bereikt. Een, twee afleveringen waren voldoende om af te haken omdat de humor mij geheel ontging en het voor mij niet helder was wat er nu eigenlijk werd gepersifleerd. Want dat er geknipoogd werd naar een werkelijkheid, was mij door alle publiciteit eromheen wel duidelijk geworden. Maar wat die werkelijkheid dan mocht behelzen, was echt een brug te ver, aangezien ik in geen dertig jaar meer in aanraking was geweest met het onderwijs, met de lesprogramma’s, met regelgeving en met de sfeer daaromheen. Maar wat ik al door die ‘Luizenmoeder’ had kunnen vermoeden, blijkt in de dagelijkse praktijk nog stukken erger te zijn met ouders waarvan de mondigheid nog alleen in goede banen wordt geleid door ze via wetgeving steeds meer rechten toe te kennen. Want ouders blijken bijvoorbeeld inzage te hebben in gemaakte toetsen, in beoordelingsmodellen van toetsen, in notities van overgangsvergaderingen. Wist ik veel. Maar het gaat nog verder, hoor. Ouders kunnen namelijk ook aangeven dat het wiskundecijfer niet juist is, zoals ze ook kenbaar kunnen maken dat zij vinden dat hun kind dus wel over kan. En ook is het niet ongebruikelijk dat de uitslag van het centraal examen, dat gebaseerd is op landelijk vastgestelde normen, in twijfel wordt getrokken.

Zo denken ouders dat zij, in tegenstelling tot de vakdocenten, wel het tekort van 0,4 kunnen vinden in een van de acht examens waardoor hun kind alsnog geslaagd zou zijn. Immers, de wet biedt aan de ouder het recht op inzage ter controle. Er is dus weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat daarmee een praat -, klaag – en discussiecultuur tot leven heeft kunnen komen waarin klachtencommissies en ook juridische interventies gemeengoed zijn geworden en bij uitstek gedijen. Omdat het recht van het kind kennelijk onder alle omstandigheden zijn loop moet hebben. Maar moet dat betekenen dat ouders beslissen of een kind over kan of niet en in welke klas hun kind geplaatst moet worden en van welke docent het les moet krijgen en voor hoeveel herkansingen het in aanmerking moet komen? Enz.enz.enz.enz. Of zou het toch handiger zijn om de overdracht van kennis en vaardigheden over te laten aan de professionals , de docenten dat toe te vertrouwen, terwijl de ouders zich bezig houden met het bijbrengen van normen en waarden, aan gedrag schaven en beschaving bijbrengen? Dat zou het leven heel wat overzichtelijker en ook gemakkelijker maken.

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op De macht van de luizenouders

  1. Mack zegt:

    We kijken er raar tegenaan, maar we weten het toch ook al beter dan de dokter? Nou, wat kan zo’n docentje ons dan helemaal wijsmaken?

  2. Sjoerd zegt:

    Het heeft mijn tijd ook gehad…

  3. math zegt:

    Waarschijnlijk ligt ook hier de wijsheid in het midden. Inmiddels ben ik als luizenopa enigermate ervaringsdeskundige. In onze kindertijd is menig zieltje tussen de wielen geraakt en zijn deze letsels nooit meer te boven gekomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s