Het verrassende van kamermuziek

Als het dan toch een keer over kamermuziek moet gaan, dan is dat de uitgelezen gelegenheid om een aantal daarover heersende misverstanden en vooroordelen uit de weg te ruimen. Want wie vindt het, zonder ooit een minuut van die muziek gehoord te hebben, niet stoffig, gedateerd, saai en belegen? Iedereen toch behoudens die enkele enthousiasteling, die toch altijd al uitblonk door de behoefte om zich te onderscheiden. Typisch zo’n genre muziek waarin niets gebeurt, waarbij je in slaap valt en nog het meest van het zitvlees wordt gevraagd. Zo ongeveer is de wijdverbreide opvatting over kamermuziek, zonder dat daar inzicht, kennis en ervaring aan ten grondslag ligt. Een haast onwrikbaar vooroordeel dat ook bij mij lang geheerst heeft. Kwalijk genoeg, besefte ik op enig moment, waarna ik toch de uitdaging ben aangegaan en mij meer ben gaan toeleggen op het beluisteren van kamermuziek, noem het klassieke muziek die uitgevoerd wordt in een kleine bezetting, meestal trio, kwartet of kwintet. En dat is voor mij zomaar een openbaring gebleken. Om meerdere redenen. Allereerst is de muziek als ze door een klein ensemble wordt uitgevoerd gemakkelijker tot in de finesses te beluisteren en te ontdekken, zoals ook een omgeving en een sfeer aanmerkelijk intiemer wordt dan wanneer een symfonie – orkest een concert ten gehore brengt.

Het vermeende stoffige en belegen karakter van dit genre, van de kamermuziek dat er aan toegedicht wordt, blijkt volkomen uit de lucht gegrepen. Want de afgelopen jaren heb ik eigenlijk geen strijkkwartet, om maar eens het meest gangbare kamermuziekensemble te noemen, zien en horen spelen dat van zijn optreden geen spannende avond wist te maken. Van zoetsappigheid is er al minder sprake als er niet meer zittend maar staand wordt gespeeld. Maar het wordt echt dynamisch als de vervoering en toewijding tijdens het spelen ook fysiek zichtbaar wordt gemaakt, soms zozeer als laatst bij het beroemde Brodsky Quartet dat de indruk wekte dat de strijkkwartetten van Sjostakowitsj bepaald wel kunnen swingen. Blijft over het repertoire en het perspectief dat de grote strijkkwartetten steeds meer kiezen. Wat vaker inhoudt dat zij grensoverschrijdend spelen en dus, zoals het Brodsky Quartet dat deed, een muzikaal bondgenootschap aangaan met helden van de popmuziek in de personen van bijvoorbeeld Sting, Elvis Costello en Bjørk. Een kruisbestuiving met een duidelijk effect op de plaats, het beeld en de uitvoering van de kamermuziek in deze tijd. Waarvan het stof daardoor met en met af geblazen is en zo de aandacht en het beluisteren absoluut waard is gebleken.

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Kunst en cultuur en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Het verrassende van kamermuziek

  1. Sjoerd zegt:

    Mijn stijl muziek is het gewoon niet, maar ik ben dan ook wat jonger…

  2. sjogkel zegt:

    Opgegroeid met popmuziek kan ik kamermuziek ook beter behappen, het ‘grootse’ van grote orkesten staat me vaak tegen.

Laat een reactie achter op sjogkel Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s