Op weg in Arcos de la Frontera

Of het echt tot de attracties van een vacantie in Zuid – Europa gerekend moet worden, weet ik niet. Maar de ervaring heeft mij zo langzamerhand geleerd dat het een sensatie is die onmiskenbaar bij een fly & drive – vacantie in die landen hoort. Als je een beetje in het rond wilt kijken, dan kun je gewoon niet anders. Leuk of niet. Dat moet maar in het midden blijven. Want wie heeft er niet halsbrekende toeren met een huurauto moeten uithalen in een Spaans, Italiaans, Portugees of Grieks dorp om daar een doorkomen te vinden in het doolhof van steile en smalle en slingerende straatjes. Waar ook maar die enkele mogelijkheid bestaat, die van doorrijden omdat omkeren, draaien nu eenmaal fysiek onmogelijk is. Andere keuzes zijn buiten de orde. Met de nodige adrenalinestoten natuurlijk tot gevolg plus passagiers die het ook niet meer weten of begrijpen en vaker doodsangsten uitstaan, als de straatjes alleen maar smaller lijken te worden, geen einde aan het doolhof omhoog komt, maar je wel geacht wordt de weg te vervolgen omdat het eenvoudigweg niet anders kan. Nafplion, Ayorollos, Mertola, Arcos de la Frontera. Met kloppende slapen en het zweet op mijn voorhoofd heb ik ze doorkruist, omdat ze allen slechts een begin, een ingang hebben, bij het passeren waarvan alleen nog het devies ‘doorrijden’ geldt en verder maar moet worden gekeken wat er van komt.

Het gevoel waarmee dit ‘kruip door, sluip door’ en ‘steile wand rijden’ tegelijk gepaard gaat, werd door de Vlaamse auteur Stefan Brijs in zijn ‘Andalusisch dagboek’ als volgt treffend beschreven:
“Arcos de la Frontera, een dorp als een arendsnest op de rand van een kloof, twee kerktorens steken hun nek uit, bedelend om aandacht. De weg naar mijn hotel leidt hoger en hoger terwijl de straten smaller en smaller worden. Ik word in een trechter gelokt als een vlieg in een aronskelk. Net voor de laatste bocht duikt er een stenen luchtboog op, die een van de kerken overeind moet houden, de weg loopt eronderdoor, de breedte is die van een middeleeuwse ezelkar, een ossenkar zou er niet langs hebben gekund. Met mijn armen pas ik de breedte van mijn auto af, hetzelfde wil ik doen bij de smalle doorgang als er een jongeman van de overkant komt aangerend, hij moet als een spin in het web hebben zitten wachten. Een grote bestelwagen kan erlangs, roept hij, en dat ik het er dus maar op moet wagen. Millimeterwerk, maar het lukt. Als ik geparkeerd heb en uitstap, staat hij al bij mijn auto, hij verwacht iets terug voor zijn hulp, een aalmoes, overleven is een kunst in dit land.”

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Herinneringen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Op weg in Arcos de la Frontera

  1. Sjoerd zegt:

    Je heb van die mensen die denken dat hun auto zo breed is dat ze aan een weghelft niet genoeg hebben…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s