Weershows en – voorspellingen

Of de wens de vader van de gedachte is en daardoor de voorspelling bijkleurt, wordt steeds meer de vraag. Dat gevoel, als het tenminste zo genoemd mag worden, bekruipt mij in toenemende mate als ik naar de dagelijkse exercities van het gilde van weermannen en – vrouwen kijk. Want naarmate dat uitdijt, lijken de woorden ook alleen maar groter te worden en geregeld in de buurt te komen van de overdrijving. Althans, dat is mijn indruk, die waarschijnlijk ingegeven zal zijn door het feit dat ik door de jaren heen voldoende ervaring met het weer heb gekregen om het in het juiste perspectief te kunnen plaatsen. Wat bedoel ik daar mee? Omdat ik een aantal strenge winters heb meegemaakt, zoals die van 1954, 1956, 1963, om maar eens een paar stevige voorbeelden te noemen, betekent koud voor mij toch iets anders dan voor degenen die nog nooit een ‘Elfstedenwinter’ hebben beleefd, dus ook nauwelijks kunnen weten of een vermoeden kunnen hebben hoe het voelt als het min vijftien graden is. Zo betrekkelijk is dat dus allemaal. En die relativiteit krijgt nog eens extra verdieping door de introductie van de gevoelstemperatuur. Alsof die trouwens objectief genoemd kan worden, zo’n begrip dat een tegenspraak in zichzelf is. Maar het neemt niet weg dat het als zodanig gemeengoed geworden is en sinds een paar jaar in zwang is bij onze weervoorspellers op radio en tv.
Die kunnen met de hulp daarvan natuurlijk helemaal goede sier maken bij de miljoenen thuis, die nog niet de leeftijd des onderscheids hebben bereikt, waardoor ze door dat rookgordijn zouden kunnen kijken. Met als gevolg dat zo maar het beeld opgeroepen kan worden dat als het niet koud is, bij bijvoorbeeld min twee tot drie graden, dat het toch ontzettend koud is, omdat het zo aanvoelt, wat dan uitdrukking vindt in die gevoelstemperatuur en mensen het idee bezorgt van ontbering, van lijden, van Siberische kou. De echte ervaringsdeskundige – en wie is dat niet na 1963 en Reinier Paping – weet stukken beter, haalt de schouders op en lacht om zoveel overdrijving in de wetenschap dat het volk brood en spelen wil. Dus als het lijden wil, een barre winter verlangt, dat het dan toch in elk geval het vooruitzicht daarop krijgt. En hoe het verder uitpakt, is aan de weergoden, nadat die meteorologen hebben gesproken als profeten die brood moeten eten en van het weer dus hun show maken, waren de gedachten die bij mij opkwamen naar aanleiding van alle hijgerigheid die doorklonk in de voorspellingen, welke barre kou beloofden, terwijl dat niet meer dan een nachtvorst van een graad of vijf, zes bleek te betekenen. Is het dan nog gek om ook hier de vraag te stellen waar dit nu eigenlijk over gaat.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Media en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Weershows en – voorspellingen

  1. Peter zegt:

    en dan krigen we ook nog ‘een pluim’ op ons netvlies getoverd, een aaneenschakeling van pieken en dalen, jammer dat er geen elfstedenwinter in het verschiet ligt dan gaan ze helemaal los en is iedereen weerman ‘met z’n allen’…

  2. Sjoerd van bVision zegt:

    Ik heb met -16 op de fiets gezeten naar het werk. Kou betekende toen gewoon harder fietsen… Ik raad het niet iedereen aan, maar in die tijd was ik sportman pur sang en was het gewoon een uitdaging om iedere dag de 15 km naar naar werk te rijden. Ik moet er nu niet meer aan denken…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s