De urgentie van de filmbijlage

Het is natuurlijk niet niks om elke dag een krant te moeten vullen. Zo zeker als wat dat het een heidense klus is om per vierentwintig uur en zes dagen per week zo’n veertig pagina’s met nieuws, berichten, commentaren, analyses en columns geproduceerd te krijgen. Dat kan gerust een logistieke en creatieve en organisatorische prestatie van formaat genoemd worden, waarvoor bijvoorbeeld de nodige vindingrijkheid al een eerste vereiste is. En toch zinkt dat nog in het niet bij de noodzaak om wekelijks een filmbijlage van vijftien, zestien pagina’s te doen verschijnen. Zo spannend is de filmwereld nou ook weer niet noch gebeurt daarin zoveel dan dat zo’n bijlage in een ommezien en met twee vingers in de neus gemaakt wordt. Er komt nogal wat bij kijken, is elke donderdag weer te zien. Met verrassende en meer dan eens ongelooflijke uitkomsten, die sterk doen denken aan een tour de force van jewelste bij de samenstellers welke zelfs de indruk wekken dat zij wel eens verstrikt raken in hun eigen vindingrijkheid om die vijftien, zestien pagina’s vol te krijgen. Met bijdragen tot gevolg die de lezer de ogen doen knipperen, als deze zich al niet afvraagt waar al die wijsheid deze keer vandaan wordt gehaald, waarbij de duim van de schrijver of recensent best wel een prominente rol gespeeld zou kunnen hebben. Want vaker is het te gek voor woorden, pretentieus en ridicuul tegelijk, waar de wekelijkse filmbijlage mee wordt gevuld.
Met vooral en geregeld een blik op die binnenwereld die de cinematografie blijkt te zijn, met een vleug van exclusiviteit en meer dan eens de uitgesproken claim haast een wetenschap te zijn. Wat tot uitglijders leidt, die een formaat hebben dat het bijna kluchtig wordt, want elke geloofwaardigheid passeert. Zoals de bewering vandaag in een artikel over twee pagina’s dat de Nederlands-Engelse schilder Alma Tadema – geboortig in Dronrijp – wel eens van grote invloed kan zijn geweest op de cinema van Hollywood. Met een bewijs dat gebaseerd is op de vergelijking tussen een jurk op een van zijn schilderijen en de jurk die Connie Nielsen droeg in de film ‘Gladiator’. Kan het nog gekker? Ja, want de ontsporing zet zich voort in de benoeming van de vermeende invloed van de schilder Hopper op Hitchcock en van David op regisseur Stanley Kubrick, waar zelfs de extreme abstractie van Jackson Pollock zijn plaats in de filmwereld krijgt. Waarmee weer twee bladzijden vol zijn geschreven, zonder dat eigenlijk aan de orde is wat een en ander van doen heeft met de actualiteit van de cinematografie. Die er kennelijk niet zozeer toe doet als de urgentie om die bijlage te doen verschijnen. Wat telkens opnieuw lukt, zonder dat de lezer moet vragen hoe. Die krijgt dit soort exercities gewoon onder de neus geduwd, als een tegenprestatie voor zijn duur betaalde geld.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Media en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s