Op zo’n eerste zomerdag

Na zeven weken meteorologische zomer die volledig in het water waren gevallen, was op de eerste dag dat het kwik ten langen leste de vijfentwintig graden passeerde en de zon volop scheen, een zucht van verlichting toch op zijn plaats. Eindelijk zomer na al die keren dat de regenton telkens weer overliep. Met even zovele malen dat de tuin de volgende oplawaai kreeg en alle arbeid die eraan was besteed, opnieuw vruchteloos bleek. Met handhaving van de goede moed en het houden van de hoop op betere en zonniger tijden, die zo waar op de negentiende juli aangebroken waren. Dus toch nog rokjesdag die maar niet leek te komen. Plus het welbekende repertoire van de korte en veel te korte broeken, de slippers en de blote lijven die meestal beter wat meer bedekt hadden kunnen blijven. Maar ieder natuurlijk op zo’n warme dag zijn meug en de lol van het ijsje of al dat andere buiten eten. Dus stond de zon niet alleen volop aan het zwerk te schijnen, maar was ze ook in de mensen te zien. Waardoor de dissonanten des te meer opvielen. Want de uitbundigheid mocht eens te uitbundig en totaal zijn. Aan volledige euforie wordt hier nu eenmaal niet gedaan. Omdat er altijd wat te mitsen of te maren moet zijn. Zo zijn immers onze manieren. Dus kon er op gewacht worden dat de feestvreugde vanwege de komst van die zo lang verbeide zomer ook meteen getemperd werd door het waarschuwend vingertje van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat prompt haar Nationale Hitteplan presenteerde toen de verwachte vijfentwintig graden voor het eerst dit jaar in het weerbericht werd aangekondigd. Alsof men daar op zat te wachten.
Maar ja, waarvoor bestaat er zo’n plan dat niet bedoeld is om in de kast te liggen? Dat wil en moet mensen bij de les houden en dus er op attenderen dat men zich dun kleedt bij warm weer en ook voldoende drinkt. Men mocht dat eens vergeten, luidt de redenatie die buiten elke werkelijkheid tot stand moet zijn gekomen en ook elk gevoel daarvoor mist. Maar goed bedoeld is, hoewel totaal hilarisch en bijna zielig als het niet zo dolkomisch is. Echter per slot van rekening ook weer wordt overtroffen door uiteraard de Nederlandse Spoorwegen die kennelijk niet van het patent af willen dat zij hebben op het predicaat van ridder van de droevige figuur, welke steeds weer kans ziet om de plank zo mis te slaan dat het echt ridicuul wordt. Zo ook gisteren weer, de eerste wat warmere dag die de NS vele hoofdbrekens bezorgde omdat er op nogal wat plaatsen van het lijnennet wisselstoringen optraden vanwege de hoge temperaturen. Met als gevolg dat de dienstregeling in de middaguren volledig op haar achterste lag en reistijden verdubbelden. En zo is het met die treinen altijd wat als ze niet eens kans meer zien om bij de beste omstandigheden mooi weer te spelen. Dan kan er gehuild worden met de pet op. Maar wijzer is het om van harte te lachen, tot de broek afzakt. Om het op zo’n heerlijke zomerse dag, in weerwil van dit gestumper toch nog zonnig, verkwikkend en tegelijk hittebestendig  te houden.
Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Op zo’n eerste zomerdag

  1. hanneke zegt:

    Hier een zucht van verlichting als het kwik de vijfentwintig graden de andere kant op passeert. (We klagen niet hoor. Het mag best even. Even dus.)

  2. sjoerd zegt:

    Ik ben helaas niet hittebestendig, ik ben een echt wintermens.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s