Mijn treurwilg

Zijn aanwezigheid is nauw verbonden met mijn bestaan, althans voor de periode dat ik in Schimmert woon. Dat is nu al meer dan 39 jaar. Zolang staat hij in mijn tuin. Prominent en dominant. De treurwilg die in het voorjaar van 1976 daar zijn plekje kreeg, nadat ik het als twijgje dat in karton was verpakt, voor een habbekrats had gekocht bij de Miro in Beek, de voorganger van de huidige Albert Heijn. Dat planten maakte geen onderdeel uit van een groots opgezet plan. Tuinarchitectuur stond nog niet eens in de kinderschoenen. Je deed maar wat, met als leidend motto “God zegene de greep”. En zo was het maar net. Ik zag wel wat er van kwam, niet vermoedend dat die wilg zo’n vorm en postuur zou krijgen en een beetje de afschaduwing van mijn leven zou worden, zonder er echt synoniem aan te zijn. Dat niet, hoewel hij in alle stormen wel recht overeind is gebleven, maar tegelijkertijd ook de tekenen des tijds heeft moeten ontvangen. Van de specht die zich een blijvende weg in zijn stam heeft gezocht, waar ik tien jaar na dato nog altijd van geniet. Zoals ook een litteken verhaalt van de ooit daar aanwezige tak welke als een van de steunen diende voor die heerlijke hangmat, waarin het op warme tot hete en bloedhete dagen zo verkoelend toeven was tijdens een zalig nietsdoen.

En was op diezelfde dagen haar bladerkroon niet het ultieme en ideale zonnescherm waaronder uren en middagen gemakkelijk vergleden, terwijl het leven zo onmetelijk goed was, met alle heerlijkheden en genietingen vandien? Zo bloeide en groeide ze maar door, in een ritme en cadans die geen mens na kan doen. Met de seizoenen als de maat van zijn bestaan, waarin de zwemen van het lichte groen de komst van het voorjaar en een nieuw bladerdak annonceerden en de volle vuilniszakken en containers de bekroning vormden van de herfst en het begin van de winterse rust die de treurwilg steeds nam. Met toch de laatste jaren daarin de verandering, die laat zien dat de treurwilg toch net een mens is en dus ook sporen van ouderdom vertoont. Want hoewel het blad nog elk najaar ruimschoots valt, begint het meer en meer in het niet te zinken bij al dat dorre hout en die takjes die ze verliest omdat ze toch niet meer de kracht heeft om volledig bestand te zijn tegen wat een windkracht zes of zeven al met hem doet. Waarna hij na een beurtje stevig knippen en scheren toch weer in goede doen terugkeert, met een vrolijk fris en groen bladerdak in een nieuwe lente. Met als vanzelfsprekend gevolg mijn uitermate goede zin. Wat toch logisch is, als je al zo lang aan zijn lot verbonden bent?

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Mijn treurwilg

  1. sjoerd zegt:

    Sommige bomen doen met je mee, zo heb ik hier een goudiep staan die zich hier prima thuis voelt en door de vreemde bladerstructuur een gewilde schuilplaats is voor de kleinere vogels zoals een winterkoninkje, het roodborstje en de families mees. In de winter komt via dezelfde boom de eekhoorn zijn pinda’s opeisen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s