Het smoel van Utrecht

Niet iedere hernieuwde kennismaking hoeft alleen maar tot aangename verrassingen te leiden, weet ik weer sinds afgelopen zaterdag, toen ik na dik veertig jaar weer eens in de binnenstad van Utrecht was. Laat ik het er maar voorzichtigweg op houden dat die terugkeer daar toch de nodige gemengde gevoelens opriep. Een schril kontrast met mijn gemoedstoestand een aantal dagen eerder toen ik na even lange tijd mijn geboortestad weer opnieuw zag. Met Utrecht lag dat dus echt anders. Na 1963, nadat ik mijn eindexamen op de middelbare school daar had gedaan, was ik er niet meer geweest, omdat er geen feitelijke noodzaak toe aanwezig was en ik evenmin de behoefte voelde om er nog eens te zijn. Andere Nederlandse steden vond ik gewoon aantrekkelijker en spannender. Vandaar dat het veertig jaar duurde voordat ik Utrecht in haar eenentwintigste eeuwse ornaat mocht zien dat, naar ik begreep, hier en daar wat opgepimpt was met het oog op het aanstaande vertrek van de Tour de France. Wat zoveel betekende dat de stad zich op haar best toonde op deze zaterdag voor Pinksteren, terwijl ze zich koesterde in de milde voorjaarszon. Alles zat dus mee, maar viel mij na zoveel jaar toch tegen. Uitzonderingen daargelaten. Waarbij ik het heb over straten als de Springweg, de Nieuwe Gracht, de Kromme Nieuwe Gracht en de Mariaplaats, waarvan de schoonheid van eeuwenoude architectuur die nog altijd in goede doen was of daarnaar was hersteld, mij aangenaam toelachte.

Maar daar bleef het dan ook wel bij, omdat ik verder alleen maar het gevoel kreeg dat ik in een koop – en pretparadijs rondliep, dat ook nog eens overbevolkt was. Waar winkels en terrassen zich aaneenregen en zo de magneten vormden voor al die mensen die daar tegelijk verbleven, dronken, aten en rondliepen. Wel voor de fun, zo te zien, maar of daarmee de feestvreugde nou echt verhoogd werd, is alleszins de vraag. Ik werd er niet echt blij van, te meer ook omdat ik nog weinig terugzag van wat daar ooit eens was. Ja, de Dom, de Janskerk, het beeld van Willibrordus en de boekhandel Bijleveld. Maar voor de rest had Utrecht het gezicht gekregen van een centrum waar gekocht, gedronken en gegeten moet worden en meer ook niet en dat voor de rest op zoek blijft naar een eigen identiteit getuige het feit dat de Catharijnesingel nadat ze veertig jaar gedempt is geweest, nu weer hersteld wordt in haar oorspronkelijke waterstaat. Met alle mogelijke rotzooi van dit moment vandien. En zo is het in feit ook gesteld met het muziekcentrum Vredenburg dat er wat mij betreft foeilelijk ligt te zijn en alles rondom domineert zonder dat je ervan kunt spreken dat dat gebouw een ‘smoel’ heeft. Wat samengevat precies de indruk is die de stad Utrecht na zoveel jaar op mij maakte, namelijk dat het veel wil en van alles vooral wat, zonder dat het echt iets wordt, kan worden en eigenlijk vlees noch vis blijft. Waar het op zulke dagen ook nog eens zo onmetelijk druk is dat de echte schoonheid, die er heus is, zich aan je ogen onttrekt. Zodat je er dan beter heel snel weg kunt wezen.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het smoel van Utrecht

  1. sjoerd zegt:

    Oh Rob, dan ben je toch zeker even binnen gegaan bij Oudaen aan de oudegracht, het trekpleister voor mensen die ooit in Utrecht hebben gewoond, gestudeerd of anders daar een tijd aanwezig zijn geweest. Ik ben daar een tijd te gast geweest bij een oom die gekraakt zat in het voormalig ziekenhuis aldaar in het centrum.

    Brouwerij
    In de Middeleeuwen telde Utrecht ongeveer dertig bierbrouwerijen. Deze brouwerijen lagen bijna allemaal aan de Oudegracht, die destijds – via een zijtak van de Rijn- in verbinding stond met de Noordzee. Rond 1930 verdwenen de laatste brouwerijen uit Utrecht. Pas in 1990 werd de brouwtraditie aan de Oudegracht in ere hersteld met de komst van de Utrechtse stadsbrouwerij, gevestigd in de gewelven van Stadskasteel Oudaen.
    Hoewel de Oudaen tot de kleinere brouwerijen hoort, is het een modern bedrijf. Per jaar wordt hier circa 75.000 liter bier geproduceerd.

  2. nielshagen zegt:

    Qua moderne architectuur is Utrecht niet de interessantste stad inderdaad. Toch gebeurt er ontzettend veel op cultureel gebied, Veel kleine festivals in diverse theaters en cafés op het gebied van dans, toneel, muziek, literatuur, film enzovoorts. Het winkelgebied kun je in drukke weekenden beter links laten liggen. Doordeweeks is er echter veel te bezichtigen aan de interessantere winkels die op bewuste wijze iets nieuws proberen neer te zetten. En dat tussen alle ‘grote’ ketens door.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s