Alaphilippe en de Nederlanders

Sinds een paar weken waart er een naam door het wielerpeloton waar met verrassing en tegelijk ontzag over wordt gesproken. Alleen de klank van de naam houdt al een belofte in en doet haast vermoeden dat er in het hart van Frankrijk een nieuwe vedette is opgestaan. Want om vanuit het niets en totaal onbekend zo maar in drie grote wielerklassiekers als jongmaatje in de voorste gelederen en om de prijzen mee te strijden moet je echt wel wat in je mars hebben. Een zevende plaats in de Amstel Gold Race en vervolgens twee keer een tweede plaats in de zware Ardeense wedstrijden, te weten de Waalse Pijl en Luik – Bastenaken – Luik. Dat is waarachtig niet niks en nog meer als je pas 22 jaar telt en eigenlijk dit jaar voor het eerst echt in het profpeloton mee mag rijden. Dan ben je dus een hele meneer. Daar mag je je dan als je Julian Alaphilippe heet, gerust op voorstaan, zeker als zijn prestaties worden afgezet tegen het hopeloze falen van de top van de Nederlandse beroepswielrenners, die hij met al zijn jeugdigheid en onbekendheid behoorlijk de loef heeft afgestoken. Mollema, Gesink, Slagter, Kelderman, Dumoulin, ze hadden stuk voor stuk het nakijken en maakten voor de zoveelste keer de hoog gespannen alapverwachtingen totaal niet waar. Met al die wielrenners uit Nederland is het zo langzamerhand jaren aaneen van hetzelfde laken een pak aan het worden.

De een na de ander wordt als het nieuwste talent omhoog geschreven, zodra behaalde prestaties in rondewedstrijden of klassiekers daar aanleiding toe geven. Waarna het merendeel van de aldus gewekte en door de buitenwacht vaker opgepompte verwachtingen bijna nooit wordt waargemaakt. Want als puntje bij paaltje komt in het vervolg van hun wielerloopbaan, is er door geen van die vermeende azen uit ons land ooit thuis gegeven. We moeten het doen met een enkel en incidenteel succes, dat dan ook uitbundig en opgelucht wordt gevierd met de bijna logische Nederlandse reflex dat het omhoog schrijven dan opnieuw een aanvang neemt. Omdat het verhaal van de ezel en de steen in die omgeving van journalisten en belangstellenden dus nooit is geland, met als gevolg dat de wens onophoudelijk de vader blijft van de gedachte. Het lijkt zo waar een vaderlandse makke en kwaal te worden, althans als het om de wielersport gaat. Want kom daar eens om in Frankrijk, waar zich ieder jaar wel weer een verrassing aandient. Met ook telkens weer excellente klasseringen in de enige ronde die uiteindelijk telt en er echt toe doet, de Tour de France. Ze doken plotseling op, Bardet, Barguil, Rolland. Met nu dan opeens die Julian Alaphilippe, die opnieuw de vraag oproept hoe die Fransen het hem toch flikken en misschien ons tot de konklusie voert dat het misschien toch beter is om als het om talenten gaat niet voor onze beurt te spreken, maar deze in alle rust te laten rijpen.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Sport en getagged met , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Alaphilippe en de Nederlanders

  1. sjoerd zegt:

    Die renners zijn gewoon niet goed genoeg…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s