Bekentenis van een wegwijzer

Noem het een vorm van boetedoening en tegelijk met de billen bloot gaan. Een bekentenis die past op dit moment. Geen beter tijdstip om dit vlekje op mijn geweten weg te werken. Want ik realiseer mij donders goed dat wie zonder zonde is, de eerste mag werpen. Wat ik, besef ik nu, dus voor mijn beurt heb gedaan toen ik in het wat verder verleden vaker de staf brak over al die mensen die zo nodig naar verre oorden moesten terwijl ze in Nederland nog niet eens de weg kenden. Net zo had ik ook mijn bedenkingen bij al die Limburgers die alleen maar de weg in hun eigen dorp wisten, maar daarbuiten nooit verder gekeken hadden dan hun neus lang is. Om enigszins recht van spreken te hebben is het natuurlijk wel op zijn plaats dat ik zelf ook klare wijn schenk en in ieder geval aangeef waar en wanneer ik niet te zuiver op de graat was of ben en kritisch door mij gekraakte noten met de nodige korrels zout mochten, moesten of konden worden genomen. Want natuurlijk ken ik ‘Limburg, mie landj’ ook niet uit en te na en weet ik bij wijze van spreken ook niet elke holle weg of dassenburcht te vinden. Bevraag mij bijvoorbeeld niet op kennis over Stramproy, de Peel, Ospel, Broekhuizervorst of de Meinweg. In Arcen ben ik zo de weg kwijt en stuur mij vooral niet naar een plek in Maasbracht, Papenhoven of Susteren om daar iets te halen. Ik kom gegarandeerd met lege handen terug. Dit allemaal om mijn kennis van de provincie toch in het juiste perspectief te plaatsen.

En zo verhoud ik mij eigenlijk ook tot ons hele land. Hoewel ik in de loop van mijn leven op voldoende plekken ben geweest, moet ik tegelijk wel bekennen dat de kaart van ons land voor mij nog voldoende blinde vlekken kent om meer terughoudendheid in het plaatsen van kanttekeningen bij reisgedrag van landgenoten te rechtvaardigen. Want de Zaanstreek, de kop van Noord-Holland, de IJsselmeerpolders, het Westen van Drenthe, het Oosten en Noorden van Friesland, de Waddeneilanden, delen van Overijssel behoudens Twente, de Langstraat, de Brabantse Peel en de Bollenstreek plus Noordwijk en Katwijk zijn al die jaren no go – areas voor mij gebleken en gebleven. Ik heb er geen voet gezet, waarschijnlijk omdat andere streken in Nederland mij toch aantrekkelijker schenen. Want afstanden hebben bij het maken van die keuzes nooit een rol gespeeld, waar ik mij misschien wel heimelijk door een enkel vooroordeel heb laten leiden. Zij het dat ik nog altijd niet inzie waarom ik uren zou moeten rijden om de geneugten en schoonheid van Den Helder, Drachten of Hardenberg op te sporen. Met die slag om de arm en deze bekentenissen achter de hand heb ik, denk ik, toch weer de ruimte voor mijzelf geschapen om verder onbelemmerd door mijn schrijversleven te gaan. Zij het dat de staat dat ik zonder zonde zal zijn, wel nooit bereikt zal worden. Wat ook wel zo prettig en zeker is om van jezelf te weten als je toch eens zo nodig de weg moet wijzen.

Advertentie

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Een reactie op Bekentenis van een wegwijzer

  1. sjoerd zegt:

    Zuid Limburg ken ik als mijn broekzak, maar boven Roermond raak ik ook het spoor bijster…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s