De kou en gevoelstemperaturen

De winters lijken alsmaar minder streng te worden. Sneeuwval wordt een zeldzamer verschijnsel getuige alleen al het feit dat het hele land van slag raakt als er zomaar drie centimeter sneeuw ligt. IJsdagen, dus dagen dat het 24 uur aan een stuk door vriest, doen zich zo zelden voor dat als er een keer sprake van is, het KNMI en al die andere weerdiensten er meteen breeduit melding van menen te moeten maken. Waardoor je waarachtig zou gaan denken dat we toch heel wat beleven en te verduren hebben. Gelukkig dat ik beter weet zonder dat daar mijn bewering aan vast hangt dat vroeger alles erger en intenser was, maar dus wel degelijk anders. En dan moet ik toch weer met de winters van 1947, 1956 en vooral met die van 1963 op de proppen komen toen bijvoorbeeld de grote rivieren dichtgevroren waren. Wat vaker genoeg zegt over het niveau van de kou en de gestrengheid van de betreffende winter en nog meer wat er toen aan ontberingen het hoofd moest worden geboden. Bepaald andere koek dan we nu meemaken en zelfs van een andere orde dan er sprake van was in 1985, 1986 en 1997 toen de laatste drie Elfstedentochten werden gereden en het dus nog wel koud genoemd mocht worden.

In tegenstelling tot de afgelopen twintig jaar, waarin Koning Winter het steeds meer laat afweten en een generatie haast ontheemd en zonder dat echte lijden in de kou lijkt te moeten staan. Maar gelukkig is in dat gemis voorzien en heeft de meteorologie raad geweten en een instrument uitgevonden dat mensen kan doen geloven dat zij het eigenlijk ook hartstikke koud kunnen en zelfs moeten hebben. Dat is de zogenaamde gevoelstemperatuur die de laatste jaren, met name in de wintermaanden, te pas en te onpas gebruikt wordt om mensen vooral een instrument te geven waardoor ze weten hoe koud ze het wel moeten hebben en welke ontberingen ze aldus geacht worden te ondergaan. Waardoor zij op enig moment ook een verhaal hebben. Allereerst om elkaar aan de praat te houden. Maar nog meer om zo de legende rond hun lijden te kunnen vormen en die dan aan volgende generaties door te geven. Want maken kun je het toch niet om wat dat aangaat met lege handen te staan ten opzichte van die babyboomers die toch al zoveel te vertellen hebben en ook nog eens alles en iedereen de loef afsteken en zich wentelen in de barre winter van 1963, die zij zomaar overleefd zouden hebben.

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op De kou en gevoelstemperaturen

  1. Mack zegt:

    Met een gevoelstemperatuur kweek je geen ijs.

  2. Margo zegt:

    De winter van 1956 herinner ik me niet, ik was vijf, die van 1963 heb ik niet meegemaakt (woonde in ZA), maar in 1978 was ik een jaar in Nederland tussen mijn verblijf in Slovenie door, en herinner me schaatsen op de weg, auto’s verpakt in een laagje ijs… Ik begrijp van gevoelstemperatuur niets. Als het waait is het kouder, maar dan gaat de temperatuur toch ook naar beneden?

  3. Mack zegt:

    Nee, de temperatuur gaat niet naar beneden als het waait. Het kan alleen zo zijn dat hitte ergens opgehoopt zit en dat de wind dat dan verspreid, in dat geval gaat de temperatuur heel lokaal wel naar beneden.

  4. sjoerd zegt:

    Ik weet nog dat we op schaatsen door de straten reden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s