De Bloeiende Berg

Zo nu en dan bevat mijn regionale krant “De Limburger” een fraai stukje streekgeschiedenis, waarvan ik vind dat ik het mijn lezers en bezoekers niet mag onthouden. Vooral omdat het zo’n prachtig doorkijkje verschaft op die typische Limburgse cultuur. Daarvan vandaag een eerste voorbeeld, te weten het verhaal dat geschreven werd naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de fietsclub “De Bloeiende Berg” uit het gehucht Schweiberg, dat gerekend wordt tot het dorp Mechelen:

Zweiberg, anno 1914. Zesenveertig woningen, de meeste vakwerk, telt het idyllisch gehucht op en bij de ‘berg’ bij Mechelen. Er zijn verschillende cafés annex koloniaalwarenwinkeltjes. Bij café Vluggen op Kosberg kan zelfs gedanst worden. In een van die cafés richten een paar wielersportliefhebbers de fietsclub De Bloeiende Berg op. Niet eens zozeer om zelf te gaan toeren. Maar om voor andere wielrenners grasbaanwedstrijden te organiseren (straatwedstrijden waren verboden) en zo de plaatselijke kiesjekermis, die de inwoners jaarlijks tijdens de kersenoogst vieren, een wat bredere bekendheid te geven. Schweiberg anno nu. Honderd jaar zijn verstreken. De buurtschap is nog steeds een idylle. De vakwerkhuizen zijn rijksmonumenten. Er liggen een paar hotels, waarvan er zelfs een is genoemd naar de fietsclub, die nog steeds bestaat 10468205_449695461833528_5077916455113850197_nondanks haar slechte start. Want de oprichters hadden de pech dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Er mochten geen openbare bijeenkomsten meer worden gehouden. Dus geen kiesjekermis meer in Zweiberg en ook geen grasbaanwedstrijden.

Zo leidde de fietsclub De Bloeiende Berg meteen na haar oprichting een sluimerend bestaan. Maar het bleken doorzetters daar op die berg. Want drie jaar na de oorlog waren ze er toch weer: in een weiland reden 22 renners toen de allereerste rondjes. Velen zouden volgen en de wedstrijd groeide door de decennia heen, samen met de kermis, uit tot een waar evenement voor de hele omgeving. Zelf bezochten de leden ook grasbaanfestijnen elders en paradeerden mee in stoeten die vooraf gingen aan de wedstrijden. Soms sleepten ze daarbij zelfs een prijs in de wacht (‘de mooiste pet’). Misschien wel omdat het, afgaande op de strenge reglementen, best een serieuze club was. Zo werd ieder lid verplicht “bij uit rijden der vereniging naar feesten zich fatsoenlijk te gedragen”. Bovendien moest vanaf 1919 iedereen zorgen “voor een model pet voor eigen rekening”. Echter de tijden veranderden. Aan de graswedstrijden kwam in 1956 een einde. De kiesjekermis begaf het in 1964 en het fietsen verplaatste zich naar de gewone straat. Waarmee De Bloeiende Berg ook in onze tijd aanlandde. (bron: Dagblad de Limburger)

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De Bloeiende Berg

  1. sjoerd zegt:

    Ik ben er vorige week nog geweest, maar het is nog steeds niet bij de tijd…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s