Tussen sleedoorn en klaps

Wandelen door het Zuidlimburgse landschap blijft een verbazingwekkende belevenis die de voedingsbron bij uitstek is voor meer dan gerechtvaardigd chauvinisme. Want waar in Nederland laat de natuur zich zo van haar beste kant zien op een late augustusmiddag? Loop maar eens door het Sint Jansbos en het Gerendal tussen Scheulder en Schin op Geul en er zal vermoedelijk niemand zijn die weet wat hij ziet. Nog afgezien van de verwondering waaraan ook niet te ontkomen valt bij zoveel stilte en de volledige afwezigheid van menselijk leven. En dat op een dag op het laatst van de zomervakanties. Niet te bevatten toch? Men kon wel op de loop zijn voor zoveel schoonheid die voor het grijpen ligt tijdens zo’n wandeling van ruim twee uur, als de ogen tenminste goed de kost worden gegeven. De liefhebber van flora komt erg grif aan zijn trekken als hij door velden met rode en witte klaver loopt om vervolgens verzeild te raken in het ware struweel waar de Gelderse roos en de sleedoorn elkaar met hun vruchtenzee afwisselen en door hun hoeveelheid zichtbare bessen, in respektievelijk vuurrood en donkerblauw, maar al te uitnodigend zijn om er een paar exemplaren van te nuttigen. Verstandiger is het om die verleiding te weerstaan omdat de knalrode bes van de Gelderse roos en het menselijk darmkanaal natuurlijke vijanden zijn. Zodat het geen wonder is dat vogels er in wijde bogen omheen vliegen.

Ook de vrucht van de sleedoorn is niet voor consumptie geschikt, hoogstens om het bekken trekken te cultiveren, omdat ze net zo wrang als de cranberry is, zeggen ingewijden zo nadrukkelijk dat de lust om de proef op de som te nemen iemand bij voorbaat vergaat. Wat overigens niet wil zeggen dat de wandelaar in het Gerendal niet aan zijn trekken komt. Maar enig geduld zal er wel betracht moeten worden. Eerst zal hij zich moeten vergapen aan de besanjelier, de rijkelijk aanwezige kardinaalsmuts alsook aan de bosrank, die weelderig haar weg langs struiken en bomen weet te vinden. Al met al is het groen zo overdadig aanwezig dat daarmee het dierenleven toch min of meer aan het zicht onttrokken wordt. Met uitzondering van de libellen die op hun rooftochten hun eigen vluchten kunnen en blijven vliegen. De vogelaar zal zich daarom echt meer in moeten spannen om zijn plezier te vinden. De enkele buizerd en sperwer die te horen en te zien is, levert hem een betrekkelijk mager soelaas van te verrichten inspanningen op. Wat tegen het eind van de wandeling in ruime mate gecompenseerd wordt door de vreugde om zo’n vrij bereikbare klaps – peer, die zich met al haar sappigheid maar wat gemakkelijk eten laat. Waarmee ze bijna als bekroning geldt, als kers op de taart die deze wandeling per slot van rekening was.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Limburg en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Tussen sleedoorn en klaps

  1. sjoerd zegt:

    Ik denk dat ik dagelijks een blog kan vullen over Zuid-Limburg waar in de rest van Nederland geen weet van heeft.

  2. Dhyan zegt:

    Door je beschrijving nodigt het uit eens te gaan doen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s