Het kind als testobject

Als ik het allemaal goed begrepen heb, dan beleeft Nederland vandaag weer een van die gewijde momenten waar het al rijk aan is en welke zich, als het aan de politiek, beleidsmakers en managers in het onderwijs ligt, in de nabije toekomst nog veelvuldiger zullen voordoen. Overeenkomstig hun adagium dat meten tot weten leidt, is volgens hen zo’n armzalige Cito – toets waarvan heel Nederland dus vandaag bol blijkt te staan, bij lange na niet voldoende om te bepalen of het onderwijs het goede niveau realiseert noch om inzicht te verkrijgen hoe de vereiste middelen daarvoor toegedeeld moeten worden. Met als gevolg de wens en de gevoelde urgentie bij dit selecte gezelschap van onderwijsbobo’s om degenen voor wie het onderwijs is bedoeld, steeds door te meten. Want anders kan het niet genoemd worden als kinderen om de haverklap onderworpen worden aan een volgende toets om zo het door hen bereikte niveau van kennis te meten. Waarmee ze de status van object en product hebben gekregen met deze bijna bedrijfsmatige aanpak, waarin quality assurance en de effectieve inzet van geld en middelen kennelijk van een hogere orde worden dan het welzijn en welbevinden van al die kinderen die nog geen twaalf jaar oud zijn.

Maar die nu wel al geacht worden te leren en te presteren en nog maar moeten zien hoe ze zich spelenderwijs verder kunnen vormen. Dat dat de zorg van dat onderwijsmanagement in elk geval niet is, blijkt niet zozeer uit de opgeblazen betekenis van de Cito – toets, waaraan met name ouders en direkte omgeving nog het meeste debet zijn. Maar wordt wel zonneklaar uit de introductie van de kleuter-Cito-toets voor de kindjes uit de groepen 1 en 2 die de beginnende taal – en rekenvaardigheid en het al bestaande niveau van hen wil meten. Terwijl het helemaal tot nadenken stemt dat overwogen wordt om aan de slag te gaan met zogenaamde entreetoetsen in de groepen 5, 6 en 7 en dat allemaal in het kader van de zo gewenste professionalizering van het basisonderwijs. Waarbij dan wel de vraag centraal staat van wie die wens eigenlijk is. Zeker niet van het kind. Zoveel is alvast helder, zoals net zo vast staat dat dat al lang niet meer mee telt. Laat staan dat dat op mededogen en empathie hoeft te rekenen, althans niet uit de hoek van lieden die over zulke selectiemethodes denken en deze ook willen hanteren. Omdat daar bottom line slechts resultaten en euro’s tellen. En daar schijnen kinderen van jongsaf dus ook aan te moeten geloven.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Samenleving en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het kind als testobject

  1. Nanos zegt:

    Het verband met professionalisering ontgaat me volledig.
    Het zou zo moeten zijn dat leerkrachten in het basisonderwijs zelf een goed reken- en taalniveau hebben, en inzicht in de materie Dat betekent dat ze kunnen doorgronden wat er moeilijk is aan wat ze zelf makkelijk vinden, zodat ze de stof goed kunnen overbrengen. Daaraan werken noem ik professionalisering. En verder is een goede algemene ontwikkeling heel zinvol, zo niet een voorwaarde.

  2. Sjoerd zegt:

    Ik ben blij dat wij in die tijd dat probleem niet hadden. Je komt helemaal niet meer aan leren toe op deze wijze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s