Het geluk van het dorpsleven

Voor mijn gevoel voltrekt het leven zich cirkelsgewijs. Niet dat je in hetzelfde kringetje ronddraait. Verre van dat. Maar wat ik wel merk is dat naarmate je ouder wordt, het aantal vertrek – en uitgangspunten dat je ooit achter je dacht te hebben gelaten, maar later weer tegenkomt, alleen maar lijkt toe te nemen. Wat eens vol overtuiging verworpen werd, wordt met de wijsheid der jaren weer omarmd. Hoe vaak dient zich niet de schok der herkenning aan als je je eigen kinderen hoort spreken. Alsof de tijd heeft stil gestaan en jezelf weer aan het woord bent. Waardoor het helder is dat die overtuiging die eens jouw opvatting was, nu duidelijk tot een andere wereld behoort, die mijlenver van de jouwe af staat. Met als fraaiste voorbeeld de afkeer die mijn dochters nu van het dorpsleven en de dorpssfeer hebben, precies zoals ik die destijds had en die dus voor mij het dwingend motief was om naar Amsterdam te verhuizen, waar volgens mij mijn heil te vinden was. Hoe wonderlijk en onvoorspelbaar de wegen in een mensenleven kunnen zijn, heb ik inmiddels kunnen ervaren, nu ik alweer bijna veertig jaar in een dorp in het diepe Zuiden woon en de zegeningen van het dagelijkse leven daar tel.

De nadelen die met name in de eerste jaren nog tamelijk zwaar wogen en mij zelfs vaker benauwden, vooral zoals ze tot uitdrukking kwamen in de knellende banden van de sociale controle, heb ik met het vorderen der jaren meer op de koop leren nemen. Ze bleken vaker voordelen te hebben. Of dat iets te maken heeft met aanpassing, assimilatie met de plaatselijke cultuur, durf ik niet te zeggen. Weet ik ook niet. Feit blijft wel dat juist die sociale controle, dat je altijd bekeken, bespied en soms nog wel beoordeeld weten, ook veiligheid en zekerheid blijkt te bieden. Hoe je het ook wendt of keert. Want men houdt je in of op een dorp in de gaten. Dus valt het bijvoorbeeld onmiddellijk op als er iets met jou of jouw huis aan de hand is dat afwijkt van de reguliere gang van zaken. Ook al is het een millimeter. Zo scherp wordt er wel gekeken, heb ik inmiddels gemerkt en word ik met regelmaat gewaar. Waardoor je met een gerust hart een paar uur, een dag of een paar dagen weg kunt gaan. De omgeving is en blijft op haar hoede, wat dan dat lekkere, veilige gevoel geeft, van vroeger thuis. Maar zie daar maar eens moderne stedelingen van te overtuigen, zeker als dat je dochters zijn.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Het geluk van het dorpsleven

  1. Mack zegt:

    Dit is een soort levenswijsheid die ik al jaren toepas. Gewoon leren van andere ervaringsdeskundigen zodat ik nu dus al weet dat ik in het dorp moet blijven wonen, omdat degenen die naar de stad trokken, daarop terug komen.

  2. Pingback: Bedgeheimen « Mack

  3. Sjoerd zegt:

    Ik kan je daarin alleen maar gelijk geven…

  4. Nanos zegt:

    Zo’n dorp waar iedereen iedereen in de gaten houdt? Dat lijkt me vreselijk.
    Hier heet het ook dorp, met zeventienduizend inwoners valt dat nog wel mee.
    Het bevalt me hier wel, maar als ik morgen naar de stad moet verhuizen, vind ik dat geen probleem. Dan wil ik er wel graag middenin wonen, niet aan het randje.

  5. Laurent zegt:

    Mijn moeder is nooit helemaal blij geweest met het wonen in een dorp, maar ik was er wel blij mee in die laatste jaren, dat mensen daar een oogje op haar konden houden.

  6. Ximaar zegt:

    Zelf ervaar ik het totaal anders. Zal erg te maken hebben met welk type dorp en welk type stad. Zo woon ik in een redelijke provinciestad die ik als een verzameling dorpen ervaar. Ik woon tegen de oude binnenstad en kan daar kruipend komen met alle winkels en voorzieningen die ik maar wens. De buren in mijn straat zijn zeer sociaal en ik heb goed contact met allemaal. Groeten is zeer gebruikelijk. Daarbij zit mijn voorraam op maar 6 meter van het voorraam van mijn overburen. Ze kunnen dus zo bij mij en ik bij hen naar binnenkijken. Beide maken daar geen hobby van. Het gevolg is wel dat ik mijn fiets niet op slot hoef te zetten voor mijn deur. Sterker nog als ik mijn sleutel aan de buitenkant in het slot laat staan, dan staat ie er de volgende morgen nog. Verder is het natuurlijk leuk dat het straatje zo smal is dat er geen doorgaand autoverkeer is en de buurkinderen regelmatig op straat ballen. Terwijl er ook nog eens speeltuintjes met balveldjes in overvloed te vinden zijn.

    Nee, dan het dorp waar ik 40 jaar gewoond heb. De overburen zaten zo ver (en achter een voortuin verscholen) weg dat we daar nooit contact mee hadden. Het dorp is volgelopen met Amsterdammers omdat de huizen er zo goedkoop waren. Die Amsterdammers bleven Amsterdammers en integreerden slecht tot niet. Die dorpsgemeente komt er al 30 jaar niet meer uit met hun verkeersinfarcten. Overal auto’s en denk maar niet dat daar voor een zebra gestopt wordt, wat hier in de stad wel gebeurt. De laatste jaren hebben ze er in het dorp een Marokanenprobleem bij (denk aan regelmatige vernielingen en autobranden. En ja, in dit geval 3de generatie Marokkaanse jeugd die zich verveelt.). Gemeente en politie hebben er hun handen vol aan. Hier in de stad zijn meer Marokanen, maar die leveren geen problemen op. De stad heeft het beter en vooral socialer en met meer respect aangepakt. Hier zitten meer jonge Marokanen op een fiets dan op een scooter en in het dorp is dat dus ruim andersom.

    Je mag dus wel stellen dat ik me hier in de stad een stuk prettiger voel.

    Maar Alkmaar is naruurlijk niet Amsterdam. Wat overigens ook nog niets zegt. Ik heb een half jaar in een stad gewerkt en gewoond die 4x Amsterdam was en stukken dichter bevolkt met gemiddeld 10 verdiepingen aan bouwhoogte. Ook daar herkende ik de dorpsheid. Ook daar kennen de mensen in de buurt elkaar goed.

    Los van dit alles zijn er enorme veranderingen. Ik gaf dat al aan met mijn oude dorp. Maar ook Amsterdam is in de laatste jaren enorm veranderd. Vroeger vond ik het er een ramp om te fietsen en de laatste jaren gaat dat echt veel beter. Dat terwijl er steeds meer dorpjes komen die niet groeien en hun winkels zien vertrekken. Zonder auto wordt het daar lastig.

    • robschimmert zegt:

      De dorpsheid die jij momenteel ervaart in een stadse omgeving is dus identiek aan wat ik nu in mijn direkte nabijheid ondervind. Die kleinschaligheid met haar sociale controle die alleen op de goede momenten dus knelt, vind je niet in die vinex – lokaties en forenzengemeenten, veronderstel ik noch in de Nederlandse steden. Wat is die factor die die veiligmakende dorpsheid bepaalt? Voer voor sociologen, denk ik, als ze tenminste nog bestaan.

  7. Ximaar zegt:

    @Rob: Ik kan wel wat antwoorden verzinnen op je laatste vraag, simpelweg omdat het mij ook al een tijdje bezighoudt. Eerst maar even dat dorp waar ik woonde. Toen ik er op de lagere school zat hadden ze 3000 inwoners en nu 40 jaar later zijn het er 7000 (1000 inw/km2). De stad waar ik nu woon heeft 94000 inwoners (is 3200 inw/km2).

    In de stad was het tot een jaar of 30 terug flink link. Geen verkeerslichten, al het verkeer er dwars doorheen. Op de middenstreep met de fiets tussen de auto’s stilstaan anders kwam je hun drukke wegen niet over. Terecht vonden dorpelingen dat eng en gevaarlijk. Maar sinds die tijd is er enorm veel in steden veranderd. Ringwegen, autovrije gebieden, verkeersluwe wijken en vrijliggende fietspaden langs de drukste wegen. In het dorp was dat allemaal niet nodig (dacht men). Inmiddels denkt men daar anders over, maar de verkeerschaos is er vrijwel niet meer op te lossen zonder flink wat woningen af te breken.

    Dergelijke verkeersveiligheid is een belangrijke component. Als je je als fietser en voetganger veiliger voelt, dan ga je meer te voet of op de fiets het huis uit en ontmoet je meer plaatsegenoten. Daarbij zie ik hier ook veel meer mensen op de fiets of te voet die een praatje maken met iemand die zij toevallig tegen komen. Met veel auto’s lukt dat niet. De auto is een kooi, gaat te hard en je stopt er niet zomaar mee als je al een bekende ziet.

    Het 2de is hoe een gemeente zich sociaal opstelt. De dorpsgemeente waar ik woonde stelt zich niet sociaal op. Niet gek met hoofdzakelijk VVD en CDA stemmers en dorpspartijen die uit die 2 zijn ontstaan. Ze stuurden vooral aan op sociaal leven via de kerken. Het dorp waar ik woonde had en heeft flink last van ontkerkelijking en dan blijft er naast de christelijke jongerenvereniging alleen de kroeg over. Dat terwijl hier de stadsgemeente zich ingezet heeft voor veel speelplaatsen (daarin scoren ze zeer hoog en voor de steden het hoogst) en voor goede voorzieningen voor jongeren en buurten. Denk aan sportclubs en buurthuizen die goed presteren. Resultaat is eenvoudig meetbaar aan het zeer kleine aantal hangjongeren. Helaas lijkt het er op dat de huidige stadsregering daar het mes in gaat zetten wegens geldgebrek. Moet nog zien of daar ook maar iets van terecht komt, omdat de bevolking het er niet mee eens is.

    En het is zeker niet in heel Alkmaar fantastisch, dat zal ook moeilijk gaan. Toch voel ik me hier als voetganger in de ‘slechtste’ gebieden nog altijd veiliger dan in delen van het dorp waar ik woonde.

    De gemeente heeft in de binnenstad overigens ook flink wat camerabewaking. Men vond dat nodig omdat na winkelsluitingstijd het grote aantal horecabezoekers onveilige gevoelens op kan leveren. Ik vond het niet echt nodig, maar het heeft wel degelijk een positief effect. Dus na winkelsluitingstijd meer mensen in de stad die niet alleen de horeca bezoeken. Verder is de WMO hier nog altijd op een hoog peil.

    Het zijn zomaar wat ervaringsvoorbeelden, maar volgens mij valt er uit te destilleren waarom mensen zich sociaal veilig voelen of juist niet.

  8. robschimmert zegt:

    Mijn referentie beperkt zich uiteraard tot het dorp waar ik woon. Daarin passen noch die infrastructurele voorzieningen noch de wettelijke maatregelen als bijdrage tot die dorpsheid die dat gevoel van veiligheid bezorgt. Een serieuze factor is hier het nog altijd rijk bloeiend verenigingsleven (fanfare, voetbalclub, carnavalsvereniging, schutterij, gymnastievereniging, vrouwenbond, tennisclub, ouderenvereniging om maar een paar voorbeelden van grote verenigingen te noemen) met een royale participatie van de inwoners, die elkaar dus op verschillende plaatsen en tijden ontmoeten. De kracht en het effect daarvan is wezenlijk en veel groter dan de invloed van de gemeente, die kantoor houdt op 5,6 kilometer afstand in een wat grotere plaats waar de inwoners van mijn dorp nauwelijks een band of affiniteit mee hebben. En wat de gemeentelijke bijdragen betreft. Die worden eerder als hinderlijk, want blokkerend ervaren dan dat ze bijdraagt aan gemeenschapszin of coherentie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s