Eén motormaaier maakt lente

Het valt mij op dat de komst van de lente meestal gevoelens losmaakt die alleen maar doen denken aan een meer dan verdraaglijke lichtheid van het bestaan. Alles dat zich verbindt met de plotselinge aanwezigheid van het voorjaar, met haar nog aarzelende warmte, kan ons alleen maar mild stemmen en verleidt ons zelfs tot een spraakgebruik, tot waarnemingen waarin de vertedering door middel van verkleinwoordjes doorklinkt. Want hebben we het niet ineens met zijn allen over rokjesdag? Het lieveheersbeestje dat gelokt door het licht en de gestegen temperaturen tevoorschijn komt, mag zichzelf uitvergroten in onze welwillende blik, waarin en waardoor het gepromoveerd wordt tot zo’n wonder dat bij de wisseling der seizoenen hoort en zich dan aan de aangename kant ervan bevindt. Net zo krijgt die eerste vlieg in huis ook zo maar de rol van boodschapper van de nieuwe lente toegeschoven, omdat wij in onze mildheid zelfs eenmalig zo’n lastpost nog door een roze bril willen bezien, losgezongen als we dan zijn van elke werkelijkheid en ons even op wolken wanen. Maar diezelfde droom kan op hetzelfde moment of even daarna ruw verstoord worden omdat er met het aanbreken van dat nieuwe licht zich ook weer werk aandient.

De natuur ontwaakt namelijk tegelijk uit haar winterslaap en vertoont de eerste groeiverschijnselen die wel beheerst moeten worden. Wat zoveel betekent dat het gras op een eerste maaibeurt wacht. En dat gaat elk jaar uiteraard gepaard met een forse dosis spanning, omdat je nooit weet of de grasmaaier de winter wel in goede doen heeft doorstaan. Die onzekerheid, die steevast hoort bij de komst van de lente, was gisteren dus even mijn deel en realiteit en deed alle mildheid en die roze bril heel snel verdwijnen toen ik met een ruk aan het koord de motormaaier weer aan de praat moest zien te krijgen. Een keer, twee keer, drie, vier, vijf, zes en zeven halen, geen teken van leven was er te horen. Hoogstens een zucht van dat apparaat, dat nog geen trek leek te hebben, maar er toch aan moest. Vandaar mijn achtste, mijn negende en tiende poging toen opeens de ban in dat motorhuis brak en een donderend geraas daaruit ontsnapte dat even alle verkleinwoordjes, de bloempjes en bijtjes, de meisjes en rokjes teniet deed en met de uitbundigheid van Metallica het voorjaar toezong, zeg maar toebrulde, waardoor ik weer even op wolken liep om snel op aarde terug te keren en het daarop gegroeide gras een kopje kleiner te maken. Waarmee het onomkeerbaar lente was geworden.

Advertenties

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Eén motormaaier maakt lente

  1. Mack zegt:

    Martin Bril zou zich omdraaien in zijn graf nu er zo met rokjesdag wordt omgegaan. Rokjesdag valt pas ergens in april.

  2. Sjoerd zegt:

    Mack vergeet even dat we in het zuiden wonen waar het gisteren zo rond de twintig graden was…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s