‘Winternacht op Texel’

Het gedicht van deze zondag, ‘Winternacht op Texel’, werd geschreven door Jan Greshoff (1888 – 1971), die zijn hoogtijdagen als dichter en literator beleefde tussen de twee wereldoorlogen. In die periode bewoog hij zich in kringen met Slauerhoff, Roland Holst en ter Braak, door wie hij hoog werd aangeslagen vanwege zijn dichterlijke en essayistische capaciteiten.

Het land ligt naast het harde zwarte pad
Onder de maan verloren en verzonken.
Het water glanst verleidelijk en glad
En ‘k loop daarlangs volkomen vrij en dronken.

Mismaakte en zotte wilgen zonder blad
Wringen geweldig hun gekorven tronken…
Het eiland geurt zo vruchtbaar en zo zat
Naar ’t polderwater en de vette bonken.

In mij is ook die drang, dat geurig gisten
Gelijk in de aarde en ’t oude wilgenhout,
Mijn adem mengt zich met de lichte misten:

En ‘k voel mij nieuw, ik voel mij eeuwenoud,
‘k Weet niets én meer dan de allerwijsten wisten…
De winter gloeit. Alléén de dood is koud.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Gedichten en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s