‘Praktikum haai’

Hij hoort onmiskenbaar thuis in het rijtje Chabot, Deelder en Buddingh. Want net als hen bezingt Jan Kal (1946) de schoonheid van het alledaagse. Alleen onderscheidt hij zich van hen door de vorm die hij ervoor kiest, namelijk het sonnet, waarvan het volgende gedicht ‘Praktikum haai’ een treffend voorbeeld is:

‘Tekening 1 is van de hele haai,
die langs de grond leeft. Zie in dit verband
zijn daarbij aangepaste vinnenstand:
de stroomlijn van het roofdier is zeer fraai.

Open de buik. Pas op, zijn huid is taai.
Teken een schema van de binnenkant
met alle namen bij elk ingewand.
Doe het precies, niet in een handomdraai.’

Geestdriftig snijdend ging ik, die vergat
dat zelfs een vis van minder hoge soorten
ook nog wel eens kon hebben liefgehad.

Maar zie: in de gepaarde uterus
zaten acht doornhaaitjes, klaar voor geboorte
die is verschoven naar sint-juttemis.

Over robschimmert

een senior met een brede belangstelling en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, die daaraan op schrift en in de vorm van een weblog vooral uitdrukking wil geven.
Dit bericht werd geplaatst in Gedichten en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op ‘Praktikum haai’

  1. Mack zegt:

    Aangenaam gedicht, maar eindigt zielig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s